| Toegang tot het commando 'Wachten'
|
-
Ga naar het hoofdscherm van het programma. Zie Commando-knooppunten.
-
Tik op het pictogram ‘Wachten ’ in de werkbalk ‘Opdrachten’.
Er wordt een knooppunt met twee bewerkbare velden in de programmastructuur ingevoegd:
-
Tik op het veld ‘Wachttype ’ en kies ‘Tijd’.
Wanneer u deze optie selecteert, wacht het programma een opgegeven aantal seconden.
-
Voer in het veld ‘Tijd ’ de waarde en de uitdrukking in en tik op ‘Bevestigen’. Zie de tabbladen Tabbladen 'Waarde', 'Variabele' en 'Uitdrukking'
|
|
|
-
Tik op het veld ‘Wachttype ’ en kies ‘Signaalingang’.
Wanneer u deze optie selecteert, worden er aan de rechterkant extra velden toegevoegd waarin u het type invoer kunt specificeren.
-
Tik op het veld ‘Bron’; er zijn dan twee standaardinvoeropties beschikbaar:
-
Bedrade I/O
-
Gereedschap-I/O
-
Wanneer je ‘Wired IO’ of ‘Tool IO’ selecteert, wordt er rechts een veld ‘Signaal’ ingevoegd.
-
Tik in het veld ‘Signaal’ op het signaal van je keuze.
-
Digitaal signaal: DI 0–DI 7
-
Digitaal signaal: CI 0–CI 7
-
Analoog signaal: AI 0–AI 1
Wanneer een digitaal signaal wordt geselecteerd, wordt rechts een Input -veld ingevoegd.
-
Kies Hoog of Laag .
Wanneer een analoog signaal wordt geselecteerd, worden rechts daarvan de velden ‘Operator’ en ‘Input’ ingevoegd.
-
Tik op het veld ‘Operator ’.
-
Kies ofwel of < om > de wachttijd ten opzichte van een waarde te specificeren.
-
Wijzig de inhoud van het invoerveld en bevestig.
|