Lus

Beschrijving

Met het Loop -commando kunt u onderliggende programmacommando's in PolyScope X herhalen.


Toegang tot de Loop-opdracht

  1. Ga naar het hoofdscherm van het programma. Zie Commando-knooppunten.

  2. Tik op het pictogram ‘Loop ’ in de werkbalk ‘Commands’.

    Er wordt een knooppunt met het veld ‘Loop Type’ in de programmastructuur ingevoegd.

  3. Tik op het veld ‘Loop Type ’. Er zijn drie opties beschikbaar:

    • Altijd . Alle commando's onder het loop-commando worden continu herhaald, zoals het Loop-programma ,dat alles onder het Hoofdprogramma continu herhaalt.

    • X keer . Herhaalt alle commando’s in de lusopdracht het aantal keren dat is ingevoerd.

    • Terwijl . Gebruik een bepaalde uitdrukking als trigger om de cyclus te beëindigen.

     

  4. Tik op het tabblad ‘Altijd ’. Er hoeven geen verdere acties te worden ondernomen.

 
  1. Tik X keer ,waarna er aan de rechterkant twee extra tabbladen verschijnen:

    • X keer

    • Variabelenaam

  2. Breng uw aanpassingen aan op het tabblad X keer en tik op Bevestigen.

  3. Pas op het tabblad ‘Variabelenaam’ de naam aan en klik op ‘Bevestigen’.

  4. Tik op Terwijl . Rechts verschijnt een extra tabblad ‘Expressie ’.

  5. Tik op Uitdrukking om een uitdrukking te maken die tussen 1 en 1000 tekens moet zijn, en tik vervolgens op Bevestigen .