Functie

Beschrijving

Met het Functie-commando kunt u een specifieke handeling uitvoeren, zoals een berekening maken, de robot verplaatsen en andere soortgelijke bewegingen. De functie wordt pas uitgevoerd na het aanroepcommando. Dit kan alleen worden ingevoegd binnen een module of vanuit de globale functies.

 

Toegang tot de functieopdracht

  1. Ga naar het hoofdscherm van het programma. Zie Commando-knooppunten.

  2. Tik op het pictogram ‘Toevoegen’ naast de moduleboomstructuur in het multitask-scherm.

    Er wordt een nieuwe module aan de moduleboom toegevoegd.

  3. Tik op het pictogram 'Toevoegen' in het hoofdscherm onder het hoofdprogramma.

 

  1. Tik op het pictogram ‘Functie ’ in de werkbalk ‘Opdrachten’.

    Er wordt een knooppunt ingevoegd in de programmastructuur, namelijk een bewerkbaar veld met de naam Functienaam .

  2. Tik op het veld ‘Functienaam ’.

  3. Maak een functienaam aan.

  4. Tik op Bevestigen .