|
Toegang tot de opdracht 'Set'
|
-
Ga naar het hoofdscherm van het programma. Zie Commando-knooppunten.
-
Tik op het pictogram ‘Instellen’ in het gereedschapskistje ‘Opdrachten’.
-
Er wordt een knooppunt met een bewerkbaar veld ‘Bron’ in de programmastructuur ingevoegd, waarmee u ‘Wired IO’ en ‘Tool IO’ kunt selecteren.
-
Tik op het veld ‘Bron ’.
|
| |
-
Wanneer u ‘Wired IO’ selecteert, wordt er een veld ‘Signaal’ ingevoegd.
-
Tik in het veld ‘Signaal’ op het signaal van je keuze.
-
DO 0–DO 7: Digitaal signaal
-
CO 0–CO 7: Digitaal signaal
-
AO 0–AO 1: analoog signaal
-
Wanneer een digitaal signaal wordt geselecteerd, wordt rechts daarvan een veld ‘Waarde’ ingevoegd.
-
Kies Hoog of Laag .
-
Wanneer een analoog signaal wordt geselecteerd, wordt rechts een veld ‘Waarde’ ingevoegd.
-
Voer de gegevens in op de tabbladen ‘Waarde’, ‘Variabele’ en ‘Uitdrukking ’ en tik op ‘Bevestigen’. Zie de tabbladen Tabbladen 'Waarde', 'Variabele' en 'Uitdrukking'
-
Wanneer u ‘Tool IO’ selecteert, wordt er een veld ‘Signaal’ ingevoegd.
-
Kies DO 0 of DO 1.
Rechts wordt een veld ‘Waarde’ ingevoegd met drie opties:
-
Variabele gebruiken
-
Hoog
-
Laag
-
Tik op ‘Variabele gebruiken’, waarna de tabbladen ‘Variabele’ en ‘Uitdrukking’ verschijnen.
-
Voer gegevens in op de twee tabbladen en tik op Bevestigen . Zie de tabbladen Tabbladen 'Waarde', 'Variabele' en 'Uitdrukking'
-
Je kunt in het veld ‘Waarde’ ook kiezen tussen ‘Hoog ’ of ‘Laag ’.
|