Smart Skills Tool

De Smart Skills-tool gebruiken
  1. Tik op Smart Skills .

    Het scherm ‘Smart Skills’ verschijnt, met twee velden, zes grote pictogrammen en een knop.

    De twee velden zijn:

    • Relatief ten opzichte van

    • Actieve TCP

    De zeven Smart Skills-pictogrammen zijn:

    • Uitlijnen op vlak

    • Z uitlijnen op dichtstbijzijnde as

    • Midden

    • Freedrive

    • Ga naar Contact

    • Terugtrekken

    • Uitgangspositie

    De knop voor de Teach-modus bevindt zich onderaan.

 
  1. Tik op het veld ‘Relatief ten opzichte van ’.

    Er worden vier keuzes aangeboden:

    • wereld

    • basis

    • flens

    • TCP

  2. Selecteer de relatieve positie waarnaar u de robot wilt laten bewegen.

  3. Tik op het veld ‘Actieve TCP’ en selecteer je voorkeur.

  4. Selecteer het pictogram van de smart skill van uw keuze en tik erop.

    In het hoofdscherm kunt u de bijbehorende beweging van de robotarm zien.

  5. Tik op de knop ‘Leermodus’ om de robot door middel van een demonstratie te programmeren.

    U ziet een rood knipperend lampje rechtsboven in het multitask-scherm, wat aangeeft dat het programmeren bezig is.

  6. Pas een Smart Skill toe en wacht tot deze stopt, of stop deze zelf.

    Er wordt een programmanode aangemaakt in de programmastructuur.

  7. Als er op het hoofdscherm een waarschuwing voor een beschermende stop verschijnt, voer dan de nodige commando's uit om de robot correct en veilig te programmeren.