Toepassingsvariabelen

Beschrijving

Met 'Toepassingsvariabelen' kunt u een lijst met variabelen definiëren die behouden blijven tussen programma-uitvoeringen en het opnieuw opstarten van de robot. Het kan op dezelfde manier worden gebruikt als elke andere variabele in het programma. Naast waarden kunnen ook variabelen samen met het programma worden geëxporteerd.

 

De functie 'Toepassingsvariabelen' gebruiken

  1. Ga naar het scherm met de applicatieknooppunten. Zie het tabblad Toepassingen Tabblad Toepassing

  2. Tik op het pictogram ‘Toepassingsvariabelen ’.

     

     

  3. Op de configuratiepagina 'Toepassingsvariabelen' worden alle aangemaakte variabelen voor het momenteel geladen programma weergegeven. De informatie is per kolom gesorteerd op naam, type en waarde.

     

 

  1. Tik rechtsboven op het scherm op de knop ‘Variabele aanmaken’ om een nieuwe variabele toe te voegen. Er verschijnt een pop-upvenster met de velden voor naam, type en waarde voor de configuratie.

     

     

  2. Voer in het veld ‘Naam’ de naam van je variabele in. Wijzig de waarde in het veld ‘Waarde ’. In het veld ‘Type’ zie je de toegestane variabeltypen en kies je het type dat van toepassing is op je programma.