Reiniging en inspectie van robotarm

Beschrijving

Als onderdeel van regelmatig onderhoud kan de robotarm worden gereinigd, in overeenstemming met de aanbevelingen in deze handleiding en lokale vereisten.

 

Reinigingsmethoden

Om stof, vuil of olie van de robotarm en/of programmeereenheid te verwijderen, gebruikt u simpelweg een doek naast een van de onderstaande reinigingsmiddelen.

 

Voorbereiding van oppervlakken: voordat u de onderstaande oplossingen aanbrengt, moeten oppervlakken mogelijk worden voorbereid door los vuil of deeltjes te verwijderen.

 

Reinigingsmiddelen:

  • Water

  • 70% isopropylalcohol

  • 10% ethanolalcohol

  • 10% nafta (gebruik dit om vet te verwijderen.)

Toepassing: de oplossing wordt meestal aangebracht op het oppervlak dat moet worden gereinigd met een spuitfles, borstel, spons of doek. Het kan direct worden aangebracht of verder worden verdund, afhankelijk van de mate van vervuiling en het type oppervlak dat wordt gereinigd.

Beroering: voor hardnekkige vlekken of zwaar vervuilde delen kan de oplossing worden beroerd met een borstel, schrobmachine of andere mechanische middelen om de verontreinigingen los te maken.

Aanbrengtijd: indien nodig mag de oplossing maximaal 5 minuten op het oppervlak blijven om de verontreinigingen effectief te penetreren en op te lossen.

Afspoelen: na de aanbrengtijd wordt het oppervlak gewoonlijk grondig afgespoeld met water om de opgeloste verontreinigingen en eventuele resten van het reinigingsmiddel te verwijderen. Het is essentieel om grondig af te spoelen, om te voorkomen dat resten schade veroorzaken of een veiligheidsrisico vormen.

Drogen: tot slot kan het gereinigde oppervlak aan de lucht of met doeken worden gedroogd.

GEBRUIK GEEN BLEEKMIDDEL in een verdunde reinigingsoplossing.

Vet is irriterend en kan een allergische reactie veroorzaken. Contact, inademing of inslikken kan ziekte of letsel veroorzaken. Houd u aan het volgende om ziekte of letsel te voorkomen: 

  • VOORBEREIDING:
    • Zorg dat de ruimte goed geventileerd is.
    • Zorg dat er geen eten of drinken in de buurt van de robot en reinigingsmiddelen is.
    • Zorg dat er een oogspoelstation in de buurt is.
    • Verzamel de vereiste PBM's (handschoenen, oogbescherming)
  • DRAGEN:
    • Beschermende handschoenen: oliebestendige handschoenen (nitril). Ondoordringbaar en bestand tegen het product.
    • Oogbescherming wordt aanbevolen om onbedoeld contact van vet met de ogen te voorkomen.
  • NIET INSLIKKEN.
  • In geval van
    • contact met de huid, wassen met water en een mild reinigingsmiddel
    • een huidreactie, roep medische hulp in
    • contact met de ogen, gebruik een oogspoelstation, roep medische hulp in.
    • inademing van dampen of inslikken van vet, roep medische hulp in
  • Na smeerwerkzaamheden
    • verontreinigde werkoppervlakken reinigen.
    • alle voor het reinigen gebruikte lappen of papier op verantwoorde wijze verwijderen.
  • Contact met kinderen en dieren is verboden.

 

Inspectieplan robotarm

De tabel hieronder is een checklist van de soorten inspecties die door Universal Robots worden aanbevolen. Voer inspecties regelmatig uit, zoals geadviseerd in de tabel. Vermelde onderdelen die in een onacceptabele staat blijken te verkeren, moeten worden hersteld of vervangen.

Type inspectieactie

Tijdsbestek

 

Maandelijks

Halfjaarlijks

Jaarlijks

1

Platte ringen controleren

V

 

 

2

Robotkabel controleren

V

 

 

3

Controleer aansluiting robotkabel

V

 

 

4

Montagebouten van robotarm controleren*

F

 

 

5

Montagebouten van gereedschap controleren*

F

 

 

6 Ronde hijsband F    

 
  1. Verplaats de robotarm naar de nulpositie, indien mogelijk.
  2. Schakel de robot uit en koppel de voedingskabel af van de regelkast.
  3. Inspecteer de kabel tussen de regelkast en de robotarm op schade.
  4. Controleer of de bevestigingsbouten van de basis goed vastzitten.
  5. Controleer of de bouten van de gereedschapsflens goed vastzitten.
  6. Inspecteer de platte ringen op slijtage en schade.
    • Vervang de platte ringen als ze versleten of beschadigd zijn.
Als schade aan een robot wordt geconstateerd binnen de garantieperiode, neem dan contact op met de distribiteur waar de robot is aangeschaft.

 

 

Inspectie
  1. Koppel gereedschappen of hulpstukken af of stel TCP/belasting/zwaartepunt in volgens de gereedschapspecificaties.
  2. Om de robotarm te bewegen in Freedrive:

    • Druk de 3PE-knop op een 3PE-programmeereenheid snel licht in, laat los, druk weer licht in en houd de knop in deze positie.

      Aan/uit-knop 3PE-knop
  3. Trek/duw de robot naar een horizontaal uitgerekte positie en laat los.

  4. Controleer dat de robotarm de positie kan handhaven zonder ondersteuning en zonder Freedrive te activeren.