Algemene waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen

Beschrijving

De volgende waarschuwingsberichten kunnen worden herhaald, uitgelegd of gedetailleerd in de volgende paragrafen.

 

Het niet naleven van de hieronder vermelde algemene veiligheidspraktijken kan leiden tot letsel of overlijden.

  • Controleer dat de robotarm en het gereedschap/eindeffector juist en stevig zijn vastgeschroefd.

  • Controleer dat de robottoepassing voldoende ruimte heeft om vrij te bewegen.

  • Controleer of het personeel beschermd is gedurende de levensduur van de robottoepassing, inclusief transport, installatie, inbedrijfstelling, programmering, bediening en gebruik, demontage en verwijdering.

  • Controleer of de parameters van de veiligheidsconfiguratie zijn ingesteld om personeel te beschermen, inclusief degenen die binnen bereik van de robottoepassing kunnen komen.

  • Gebruik de robot niet als deze beschadigd is.

  • Draag geen losse kleding of sieraden bij het werken met de robot. Bind lang haar vast in de nek.

  • Plaats geen vingers achter de interne afdekking van de regelkast.

  • Informeer gebruikers over eventuele gevaarlijke situaties en de geboden bescherming en leg eventuele beperkingen van de bescherming en de restrisico's uit.

  • Informeer gebruikers over de locatie van de noodstopknop(pen) en hoe de noodstop moet worden geactiveerd in geval van een abnormale of noodsituatie.

  • Waarschuw mensen om buiten het bereik van de robot te blijven, ook wanneer de robottoepassing op het punt staat op te starten.

  • Let op de oriëntatie van de robot om de bewegingsrichting te begrijpen wanneer u de programmeereenheid gebruikt.

  • Houd u aan de vereisten in ISO 10218-2.

  • Zorg voor naleving van de EMC-voorschriften zoals vereist in de ISO 13849-serie.

 

Het hanteren van gereedschappen/eindeffectoren met scherpe randen en/of knelpunten kan letsel tot gevolg hebben.

  • Zorg dat gereedschappen/eindeffectoren geen scherpe randen of knelpunten hebben.

  • Beschermende handschoenen en/of een beschermende bril kunnen vereist zijn.

 

Langdurig contact met de warmte die tijdens bedrijf door de robotarm en de regelkast wordt gegenereerd, kan leiden tot ongemak met letsel tot gevolg.

  • Hanteer of raak de robot niet aan terwijl deze in bedrijf is of onmiddellijk daarna.

  • Controleer de temperatuur op het logscherm voordat u de robot hanteert of aanraakt.

  • Laat de robot afkoelen door deze uit te schakelen en een uur te wachten.

 

Het niet uitvoeren van een risicobeoordeling voorafgaand aan integratie en bediening kan het risico op letsel verhogen.

  • Voer een risicobeoordeling uit en verminder de risico's voorafgaand aan gebruik.

  • Kom, indien bepaald door de risicobeoordeling, niet binnen het bereik van de robotbeweging en raak de robottoepassing niet aan tijdens bedrijf. Installeer veiligheidsvoorzieningen.

  • Lees de informatie in de risicobeoordeling.

 

Gebruik van de robot met niet-geteste externe machines of in een niet-geteste toepassing kan het risico op letsel bij personeel vergroten.

  • Test alle functies en het robotprogramma afzonderlijk.
  • Lees de inbedrijfstellingsinformatie.

 

Zeer sterke magnetische velden kunnen de robot beschadigen.

  • Stel de robot niet bloot aan permanente magnetische velden.

 

Controleer of alle mechanische en elektrische apparatuur is geïnstalleerd volgens de relevante specificaties en waarschuwingen.