Door de coronacrisis zijn de supplychains zwaar getroffen, met lege planken en lange wachttijden tot gevolg. Benieuwd wat automatisering voor uw personeel kan betekenen in tijden van 'reshoring'? Ontdek hier hoe cobots ingezet kunnen worden om het meer fysiek belastend en repetitief werk op zich te nemen.

De coronacrisis deelt al maandenlang economische mokerslagen uit.Supplychains worden zwaar getroffen, met lege planken en lange wachttijden tot gevolg.Dat deze supplychains de afgelopen dertig jaar steeds mondialer en (dus) complexer zijn geworden, helpt niet bepaald mee. Bedrijven gingen op zoek naar manieren om kosten te besparen, en vonden die in de samenwerking met logistiek dienstverleners, de outsourcing van hun productie naar lagelonenlanden en in ‘just-in-time’ productie. Helaas maakte dat hun logistieke netwerk niet alleen efficiënter, maar ook kwetsbaarder.
In een globale supplychain zijn veel risico’s steeds moeilijker te beheersen, laat staan dat je ze kunt vermijden.De verstoring door COVID-19 is vooral acuut in de elektronica- en auto-industrie, maar heeft ook gevolgen voor de farmaceutische industrie, de metaalindustrie en een breed scala aan consumenten- en industriële producten.
Een geval van domme pech? Niet bepaald. In de afgelopen tien jaar hebben we met verschillende disrupties te maken gehad: de invoering van exportquota door China voor zeldzame aardmetalen in 2010; de aardbeving en tsunami in Japan in 2011; de overstromingen in Thailand later dat jaar; de handelsoorlog tussen de VS en China; en nu de besmetting met het coronavirus. Bedrijven moeten er rekening mee houden dat verstoringen in de supplychain van een maand of langer gemiddeld eens in de 3,7 jaar zullen voorkomen. En de zwaarste gevallen eisen een hoge financiële tol.
Wat anders is aan de ontwrichting die het coronavirus teweegbrengt, is dat dat het landenrisico op een nooit eerder geziene schaal heeft aangetoond; niemand had kunnen voorzien wat er zou gebeuren als de op één na grootste economie ter wereld offline zou gaan en de logistieke verbindingen naar buiten volledig zouden worden afgesloten. Veel bedrijven voelen nu pas hoe afhankelijk ze zijn van hun (vaak) overzeese leveranciers.

Om met dergelijke onzekerheden te kunnen omgaan, moeten bedrijven zorgen dat hun supplychain veerkrachtig is. Nu is ‘supplychain resilience’ al langer een thema, maar veel bedrijven deden er niet of nauwelijks iets mee – tot COVID-19. Want ook voor Nederland als diensteneconomie is de impact van het virus op de productie en logistiek enorm. Er is een nieuwe wereld aan het ontstaan met meer handelsconflicten, hogere tarieven en meer geopolitieke onzekerheid. De Nederlandse productie- en logistieke ketens kunnen er dus maar beter voor zorgen dat ze bestand zijn tegen de grootste schokken.
Wereldwijd worden supplychains heroverwogen, waardoorde trend naar meer regionale supplychains en het zogenaamde ‘nearshoring’ bijvoorbeeld in een stroomversnelling is geraakt.Door dichter bij huis te produceren, maak je je productieketen immers minder afhankelijk van (extreme) gebeurtenissen ver weg. In mei 2020 deed McKinsey onderzoek onder supplychain-managers. Maar liefst 93 procent van hen gaf aan hun supplychain meer resilient te willen maken. Dus: minder afhankelijk worden van bepaalde leveranciers, nearshoren, het aantal unieke onderdelen verminderen en hun aanvoerketens regionaliseren.
Klinkt aanlokkelijk, maar zo eenvoudig is het helaas niet. Het op grote schaal ‘nearshoren’, oftewel de productie regionaal organiseren, wordt vaak belemmerd door hoge arbeidskosten. Daarbij speelt ook het probleem van personeelstekorten in de productie – geschoolde vakmensen zijn nauwelijks nog te vinden.
Het antwoord op beide problemen ligt voor een groot deel in industriële automatisering. Een geautomatiseerde productielijn zorgt vooreen constante productiesnelheid, geen of minder fouten en er kan heel flexibel worden ingespeeld op veranderde behoeften. Op die manier leidt niet elke disruptie in de keten automatisch tot zware klappen voor de producent. Voor het personeel betekent automatisering dat zij minder fysiek belastende en geestdodende klussen hoeven te doen, en er voor hen dus meer tijd vrijkomt voor uitdagender werk.

Collaboratieve robots of cobots kunnen een grote stempel drukken op het efficiënter en flexibeler maken van productielijnen – de productiesnelheid gaat omhoog, montagetijden omlaag en de kwaliteit verbetert. Daarbij zijn cobots ontworpen om veilig zij aan zij met mensen te werken. Dit in tegenstelling tot de veel grotere (en duurdere) traditionele robots, die ter bescherming van de medewerkers in een kooiconstructie hun werk moeten doen. Cobots werken heel nauwkeurig, kunnen op verschillende taken worden ingezet en – niet onbelangrijk in tijden van een pandemie – ze zijn nooit ziek.
Uit een rapport van Gartner blijkt dat dertig procent van alle magazijnmedewerkers in 2023 zal worden bijgestaan – niet vervangen – door collaboratieve robots. Het toont aan hoe belangrijk de inzet van technologie is, zeker nu COVID-19 heeft laten zien een voortreffelijke aanjager van technologie-adoptie te zijn.
Elk productiebedrijf moet nu echt aan de bak. En niet alleenomdat er op dit moment een virus rondwaart datrake klappen uitdeelt.COVID-19 is geen unieke en eenmalige gebeurtenis – het is er slechts één in een reeks van voorbije en nog komende disrupties. Statistisch gezien krijgen we over 3,7 jaar weer een crisis voor onze kiezen die de wereldeconomie op zijn kop zal zetten. Wie slim is, laat dus geen kans onbenut om zo snel mogelijk te automatiseren, zodat we in ieder geval de ergste klappen kunnen opvangen.
