| Beschrijving
|
De volgende testen moeten uitgevoerd worden voor het eerste gebruik van de robottoepassing of nadat aanpassingen zijn uitgevoerd.
-
Verifieer dat alle veiligheidsin- en -uitgangen juist zijn aangesloten.
-
Test of alle aangesloten veiligheidsin- en -uitgangen functioneren zoals bedoeld, waaronder gemeenschappelijke apparaten voor meerdere machines of robots.
-
Test de noodstopknoppen en -ingangen om te controleren of de robot stopt en de remmen inschakelen.
-
Test beveiligingsingangen om te controleren of de robotbeweging stopt. Als de beveiligde reset is geconfigureerd, controleer dan of deze werkt zoals bedoeld.
-
Kijk naar het initialisatiescherm, activeer de verminderde ingang en controleer de veranderingen op het scherm.
-
Wijzig de bedrijfsmodus om te controleren dat het moduspictogram rechtsboven in het PolyScope-scherm verandert.
-
Test het inschakelapparaat met 3 standen om te controleren of het indrukken van de middelste aan-stand beweging in de handmatige modus met een verminderde snelheid mogelijk maakt.
-
Als de noodstopuitgangen worden gebruikt, druk dan op de noodstopknop en controleer of het hele systeem wordt gestopt.
-
Test het systeem dat is aangesloten op veiligheids-I/O-signalen in het onderdeel Installatie om te controleren of veranderingen van de uitgangen worden gedetecteerd.
-
Bepaal de vereisten voor de inbedrijfstelling van uw robottoepassing.
|